artikel

Tijd voor verhalende architectuur

bouwbreed Premium

Tijd voor verhalende architectuur

Een financiële crisis en een verzuurde discussie over stijlen vragen om nieuwe verhalen over architectuur en stedenbouw. De maatschappelijke legitimiteit van de architectuur van de toekomst gaat niet meer over de unieke iconen als losse incidenten, maar over context, verhaal en verbinding met historie, vindt Jan den Boer.

Terwijl in het vorige Jaarboek Architectuur in Nederland slechts enkele
verborgen zinnetjes aan het traditionalisme werden gewijd, worden in de tekst
van het nieuwe Jaarboek uitgebreide analyses gewijd aan de tegenstelling tussen
modernisme en traditionalisme. Anne Luijten geeft een uitgebreide beschouwing
van de functie en betekenis van het Jaarboek en de rol van het traditionalisme
daarin. De functie van het Jaarboek is “een lofzang op de top architectuur” en
tegelijkertijd “een kritiek op de miserabele sociaal cultureel economische
werkelijkheid waarin die tot stand komt.” Het beeld van de ‘junkfood’ die deze
consumenten nuttigen is de nieuwe notaris woning en dit soort beelden zullen
volgens Kees van der Hoeven in het Jaarboek nooit voorkomen. Daarmee houdt het
Jaarboek voorlopig dus nog de strenge scheiding in stand tussen op het
modernisme geïnspireerde ‘toparchitectuur’ en traditionalisme zoals dat
bijvoorbeeld in de boeken Verzonnen verleden en De nieuwe traditie gepubliceerd
is. Kees van der Hoeven beschrijft een discussie zoals die gevoerd is in NRC
Handelsblad, waarin Paul Dijkman het Nederlands Architectuurinstituut en het
Stimuleringsfonds voor de Architectuur beschuldigd van propaganda met
staatsgeld. Deze instituten reageerden heftig hierop door te stellen dat er van
eenzijdigheid geen sprake is, maar deden dat wel op een typisch emotionele toon
door beschuldigingen van populisme en een grote bek, terwijl de feiten laten
zien dat er nog steeds sprake is van een behoorlijke eenzijdigheid. Die
eenzijdigheid werd ook in het vorige Jaarboek beschreven: de enige twee
zinnetjes over het traditionalisme waren: “de architectuur vakpers zwijgt” en
dat “het stimuleringsfonds voor de architectuur alle voorgestelde publicaties op
het gebied van historiserende architectuur afwijst.” Als dat vorig jaar nog
erkend werd, is het verrassend dat dit nu ineens tot op emotionele toon
beschreven ontkenningen leidt. Gaat het hier over de bescherming van
machtsposities of over de kwaliteit van onze gebouwde omgeving?

Stijl

De discussie heeft wel geleid tot een boeiend en handig overzicht in het
Jaarboek van de verschillende stromingen in de architectuur, waarin de
toonaangevende architectenbureaus hun plaats gekregen hebben. Op de ene as
traditie, modern en avantgarde, op de andere het gebruik van weinig tot veel
architectonische middelen. Op basis van dit schema zou aangetoond zijn dat het
Jaarboek ook traditionele architectuur publiceert, maar de genoemde projecten
zijn weliswaar in baksteen of met ronde vormen, maar laten op geen enkele manier
de versiering en detaillering zien van de traditionalistische architectuur die
zo geliefd is bij de consument. Is het ook mogelijk een positie buiten deze
verzuurde discussie tussen modernisten en traditionalisten in te nemen? Ik vroeg
dit aan Francine Houben, met haar bureau Mecanoo een van Nederlands’
internationale top architecten. Zij vindt dat deze stijl -discussie achterhaald
is en kiest ervoor om met haar bureau vanuit alle stijlen te opereren. Zij werkt
zo aan een vorm van architectuur die verschillende verhalen kan vertellen. Eén
van haar projecten, Waterwereld in Eindhoven is opgenomen in het Jaarboek. Vier
jonge Mecanoo-architecten van verschillende nationaliteiten ontwierpen woningen
die geïnspireerd zijn op woningbouw in hun land van herkomst. Daardoor worden
verschillende verhalen zichtbaar die de eenzijdige stijl discussie ontstijgen.
Houben is overigens zelf ook onderdeel van de controversiële stijl discussie
geworden in de ontwerp discussie in Delft voor het stadskantoor en station. Na
een juridisch gevecht wint haar project van het traditionalistische ontwerp van
Soeters. Maar ze zegt dat ze het traditionalistische werk van Soeters ook
waardeert. Als zij een opdracht zou krijgen om een retro villa te bouwen, zou ze
die opdracht aannemen en op haar eigen manier interpreteren. Wat Houben betreft
gaat het niet over stijl, maar over context, verhaal, aansluiten op de historie
en tegelijkertijd vernieuwend zijn. Dat is een positie die ook beschreven wordt
in een andere NAi publicatie: Posities. Zes fotografen vertellen daarin een
verhaal over architectuur die niet meer gaat om de losse gebouwen die een
succesverhaal van het gebouw als beeld geven, maar die het verhaal van de
context, de functie en het gebruik vertellen. Volgens het boek is voor de
maatschappelijke legitimiteit van architectuur en stedenbouw niet langer de
enkele foto van belang, maar het verhaal en de context. Nu de glorie van de
iconische architectuur aan het tanen is, wordt het totale verhaal weer
belangrijk, inclusief de gebruiker. Het is deze positie, zowel van de tekst als
van de fotograaf, die nieuwe kansen biedt voor architectuur publicaties,
inclusief het komende Jaarboek. Het Jaarboek ziet zichzelf al jarenlang in een
spagaat tussen de kritische tekst en de mooie architectuurbeelden met blauwe
luchten. Het is tijd om de dubbele spagaat los te laten, zowel tussen modernisme
en traditionalisme als tussen tekst en beeld en in de komende Jaarboeken
architectuur verhalen te gaan vertellen met een openheid die top architecten als
Francine Houben, Sjoerd Soeters en anderen al langer bepleiten.

Stedenbouwkundige en filosoof.

Reageer op dit artikel