artikel

Commentaar: sneller

bouwbreed Premium

Deze week stuurde minister Eurlings (verkeer) de kritiek van de Raad van State op zijn nieuwe Tracéwet door naar de Tweede Kamer, vergezeld van zijn antwoorden op die kritiek.

Kort samengevat zegt het hoogste rechtscollege dat het twijfelt aan de
haalbaarheid van Eurlings ambitie om de bouw van spoor-, vaar- of snelwegen
terug te brengen van 14 naar 7 jaar. Want weliswaar kunnen lagere overheden als
gemeenten, provincies en waterschappen onder de nieuwe Tracéwet geen bezwaar
meer aantekenen tegen een Tracébesluit, wat een enorme tijdswijst oplevert omdat
dit soort procedures bij de bestuursrechters van de Raad van State vaak vele
maanden in beslag neemt, particulieren en bedrijven kunnen dat in de toekomst
nog wel. En, zo betoogt het hoogste adviesorgaan, lagere overheden kunnen straks
nog steeds een civiele procedure beginnen. Weg tijdswinst.Eurlings laat in zijn
toelichting aan de Kamer weten dat hij de inbreng van de Raad van State tot zich
heeft genomen, maar schrijft vervolgens eigenwijs dat hij alle kritiek naast
zich neerlegt en de wet gewoon doorzet. Nog een keer kort samengevat: Eurlings
is van mening dat overheden ondelinge twisten niet voor een rechtbank dienen uit
te vechten. Uit principe niet. Want gewoon in een vroeg stadium met elkaar om de
tafel en dan alle argumenten, voors en tegens, standpunten en zienswijzen
uitwisselen maken dat een plan al in een veel eerder stadium beter wordt. En als
je het in dat eerdere stadium eens bent of in elk geval een compromis hebt
afgesproken waarmee alle partijen kunnen leven, dan hoef je helemaal niet meer
rollend met elkaar over straat of naar een rechtbank. En Eurlings heeft een
punt. De afgelopen decennia hebben uitgewezen dat het huidige model van inspraak
vooral leidt tot jarenlang juridisch getouwtrek en niet tot de aanleg van wegen.
Gemeenten, die zich achter de Raad van State scharen, zouden dat moeten inzien
en samen met het bedrijfsleven moeten werken aan betere plannen.

Reageer op dit artikel