artikel

Dagelijks probleem: bijbetaling (1)

bouwbreed Premium

De UAV 1989 kennen diverse mogelijkheden om onder omstandigheden af te wijken van de vooraf afgesproken aanneemsom of opdrachtsom.

Welke factoren zijn van belang bij de ‘sommetjes’ die de arbiter moet maken?
Een greep uit de jurisprudentie in drie afleveringen.

Als dat niet duidelijk is, is de kans reëel dat er geen rekening is met
bepaalde werkzaamheden, of kan het werk ingewikkelder zijn en dan komt een
verrekening van meerwerk in beeld. Soms doet een aannemer tevergeefs beroep op
dat bestek, zoals in RvA 19 november 2009, nr. 30.448. Het in het werk
achtergebleven hulpstaal had volgens de RAW-systematiek in het bestek moeten
zijn opgenomen. Arbiters wijzen dat af: het kenmerk van een RAW-bestek is immers
juist de vrijheid in wijze van uitvoering. Van opdrachtgever en aannemer wordt
verwacht dat zij bij de les blijven. Heeft een opdrachtgever bezwaar tegen de
meerwerkvordering dan moet hij – al betaalt hij onder druk van omstandigheden –
een voorbehoud maken en tijdig naar arbiters stappen. De aannemer die meent een
vordering te hebben, mag evenmin dralen. Een opdrachtgever die weet van
meerwerk, kan niet zomaar kan zeggen dat hij niet betaalt als de aannemer de
meerwerkrekening wat later zond. Is over de prijs van het meerwerk geen afspraak
gemaakt dan is een redelijke prijs verschuldigd. Zie RvA 8 april 2009, nr
29.584, verwijzend naar par. 36 UAV 1989: dat aanneemster vooraf geen
prijsopgave deed en de meerwerknota’s laat verstuurde, doet daaraan niet af. Wat
is die redelijke prijs? Arbiters moeten vaak een schatting maken. Zij bepalen
dan het bedrag ‘ex aequo et bono’. Art. 7:755 BW vereist wel dwingend dat de
aannemer de opdrachtgever tijdig wijst op de noodzaak van de prijsverhoging,
tenzij de opdrachtgever deze noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen. Waar
onder de UAV 1989 in het algemeen met directie gewerkt wordt, zal die noodzaak
begrepen zijn. Ook dan ligt prijsoverleg voor de hand. Ook bij minderwerk
gebeurt het dat geen afspraak is gemaakt. Neem RvA 4 maart 2009, nr 71.265.
Vaststaat dat kopers bij oplevering de drempels accepteerden. Er is geen
hellingbaan of opstap van twee treden aangebracht. Onderneemster, zo wordt
vastgesteld, bespaarde zich kosten. Appelarbiters zijn, gelijk arbiter in eerste
aanleg, van oordeel dat de bespaarde kosten, rekening hou-dend met kwalitatief
hoogwaardige uitvoering die hier past, in redelijkheid moeten worden begroot op
750 euro, ongeacht of het een hellingbaan of opstap betreft. Ervan uitgaande dat
de aannemer in zijn prijs een winstopslag berekende, ligt het voor de hand dat
hij ook in de voor het meerwerk overeen te komen prijs een bedrag aan winst
opneemt. Dit houdt tevens in, dat hij de winst mag behouden over dat deel van
het werk, dat later tot minderwerk wordt verklaard.

Prof.mr.dr. M.A.B. Chao-Duivis
Directeur Instituut voor Bouwrecht en hoogleraar bouwrecht TU Delft

Reageer op dit artikel