artikel

De economische crisis voorbij: tijd voor reflectie

bouwbreed

In afgelopen maanden is veel geschreven over de directe effecten van de crisis. Nu is het moment aangebroken daar om een verdiepingsslag te maken en om als vakwereld te reflecteren. In drie delen hopen Peter Prak en Menno Schapendonk de bouw op te schudden en aan te zetten tot herstel.

Er zijn een aantal verklaringen. De metafoor van de Drenkeling is er een.
Vele mensen staan op de kant toe te kijken, maar niemand springt. Wie signaleert
dat het slachtoffer het zwemmen echt niet machtig is (‘hij komt zelf wel aan de
kant hoor’)?, wie voelt zich betrokken en redt? Het Rijk had net top-zware
bankiers uit het water getakeld en had even geen puf. Maar niet alles ligt
extern, ook heeft het te maken met onze eigen ‘populariteit’. De geringe
maatschappelijke populariteit van de bouw- en ontwikkelsector is namelijk ook
debet aan het ‘laten dobberen’. Beelden en associaties aan bouwfraude,
top-salarissen en -bonussen, Maserati’s voor corpo-bestuurders, dure schoenen,
auto’s en horloges doen de zeer gesloten sub-cultuur van de vastgoedwereld geen
goed. Feit is dat er een negatief maatschappelijk beeld van de bouw- en
ontwikkelsector bestaat. Dat is niet overdreven; kan iemand een serie of film
noemen waarin de sector niet verdacht is? Dit leidde tot een breed gedragen
lauwe publieke reactie. Zelfs leek een ‘lekker puh’ gevoel waarneembaar. Ook de
lobby vanuit de sector zelf hielp niet. ‘Net boeren, die klagen ook altijd’ en
‘waarom rijden ze dan nog zulke grote auto’s?’ was de onuitgesproken reactie
hierop. We zouden dit als sector als belangrijk ‘hidden signal’ moeten opvatten.
De sector kan anders aan negatieve beeldvorming ten onder gaan terwijl we dit
ondertussen als sector hardnekkig blijven ontkennen. Ons werk is echter te mooi
en te maatschappelijk relevant om dit te laten gebeuren. Als in het najaar de
ontslagen massaal van de steigers vallen zal de beeldvorming wellicht iets
kenteren en de grote invloed op de rest van de economie blijken.

Investerings-programma’s

Tijdens het symposium is in beeld gebracht wanneer welke partijen (gemeenten,
provincie, branches, rijk) probeerden te helpen. De vergelijking met de ons
omringende landen leert dat de overheden aldaar snel concreet waren. Noordanus
tipt de vakwereld in februari 2009 al over wat in Engeland, Frankrijk, België al
in gang was gezet. In Nederland duurt dit langer. In mei 2009 grijpt het Rijk
pas in nadat van der Laan de Tweede Kamer dreigt dat het anders desnoods buiten
hen om gebeurt. De provincies trekken individueel en gezamenlijk op, ook de VNG
en G27 laat van zich horen in de periode vanaf januari 2009. Vele voorstellen
met forse investerings-programma’s volgen. Veel concrete initiatieven komen
vanuit de laag dicht op de uitvoering. Met name de gemeenten Rotterdam, Zwolle
en Alkmaar hebben aan het eind van de winter 2009 een vergelijkbare aanpak
klaar. Als voorbeeld nemen we hier de Zwolse Aanpak waar gezamenlijk met de hele
branche (gemeente, corporaties, ontwikkelaars, beleggers, bouwers, banken en
makelaars) een pakket met openbare maatregelen wordt ingezet. Wederkerigheid en
gezamenlijkheid zijn uitgangspunt. Partijen leggen samen in of helemaal niet
vanuit een brede maatschappelijke verantwoordelijkheid (werkgelegenheid,
woningen, consumenten-vertrouwen). Achteraf is misschien te lang naar het Rijk
gekeken als de beoogde redder van de Drenkeling. Uiteindelijk is van der Laan in
mei 2009 met concrete voorstellen gekomen. Eerst ging tijd verloren voordat de
noodzaak duidelijk was en ook kostte het tijd voordat de kreet ‘dat duurzaamheid
de oplossing is’ toch niet vanzelf het panacee voor de crisis bleek.
Waarschijnlijk heeft ook de daadkrachtige reddingsoperatie van de banken (€ 50
miljard) een onrealistische verwachting geschapen. Ook al is dit meer een
investering dan een reddingsoperatie, de ruim 300 concrete rijksmiljoenen voor
de bouw staan als 0,7% in geen verhouding tot de steun voor de bancaire sector.

Miljoenennota

Ook de recente Miljoenennota laat niets extra voor de sector zien. Daarbij is
het bitter dat van dit bank-steun-geld slechts heel weinig wordt doorgegeven
naar de eigenlijk redder van de banken, de belastingbetaler. De zwarte piet
wordt makkelijk bij de AFM gelegd, alsof deze de extreem hoge huidige opslag op
de Euribor voorschrijft. Inmiddels wordt de op handen zijnde crisis en
herstelwet bediscussieerd (denk aan de onteigeningssystematiek) en wordt
betwijfeld of de wet wel enige tijdwinst oplevert. Voor onnodig lange discussies
over mitsen en maren van regels is echter geen tijd; er moeten stenen gestapeld
worden. Deze wet lijkt dus vooralsnog ook geen soelaas te bieden. Geamuseerd
constateert de vastgoedsector dat ook het Rijk bij eigen projecten vastloopt in
de overcomplete wet- en regelgeving. Maar er gloort hoop, er zijn bijvoorbeeld
lokale bankdirecteuren die hun maatschappelijke verantwoording niet uit de weg
gaan en met lef en creativiteit met lagere overheden nieuwe maatregelen
verzinnen. In één actueel voorbeeld (nog onder embargo) moet vermeld worden dat
vooral de Rabobank haar maatschappelijke verantwoordelijkheid pakt ook vanuit de
financiële zorgplicht van de bank. En dit is nota bene de bank die geen
staatssteun heeft ontvangen. Ook de grootste Nederlandse bemiddelaar doet mee.
De lokale ABN Amro schuift na enige moeite met het staatsgesteunde hoofdkantoor
toch ook aan. De staatsgesteunde ING-bank doet vanuit ‘procedurele redenen’
helemaal niet mee, en verwijst na bestuurlijke druk naar problemen ‘van
hogerhand´. Dit voorbeeld is misschien ook een sprekende metafoor. Als het gaat
om creatief uit het dal omhoog te klimmen winnen de lokaal gestuurde en
gewortelde organisaties het wellicht eerder van de centraal gestuurde
afstandelijke concerns. De schijn bedriegt niet, een ander speelveld dient zich
aan.

Symposium

Vertrekpunt voor deze serie is het symposium ‘Gebiedsontwikkeling na de
crisis’ dat het Master City Developer Kennisnetwerk (MCD) deze zomer
organiseerde. Vanuit verschillende invalshoeken (zie lijst auteurs) is
geprobeerd een synthese te maken. De sprekers van dit symposium willen inzichten
met de sector delen en verder uitbouwen om herhaling van fouten te voorkomen.
Maar bovenal om bijkomende kansen te pakken.

Onstaan van de crisis

Terugkijkend heeft iedereen de crisis zien aankomen. Uit economisch onderzoek
blijkt echter dat 97% van alle wereldwijde crises niet binnen 1 jaar voorspeld
kon worden. Dit blijkt ook uit het chronologisch dossier van de
kwaliteitskranten. Pas zeer laat werd de ernst van de crisis breed onderkend:

EIB Ergo: pas begin 2009 stonden de waarschuwingen in de ‘gewone’ dagbladen.
De bouwvakbladen waren veel eerder met hun weer-alarm van het aankomend zwaar
weer. En zwaar is het; slechte en stagnerende markten, geen
consumentenvertrouwen en massa-ontslagen. Maar waarom wist de sector niet
sneller tot maatschappelijk Nederland en de publieke opinie door te dringen?

Drieluik

De artikelen verschijnen in de vorm van een drieluik:

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels