artikel

‘Crisis- en herstelwet te beperkt’

bouwbreed

Het kabinet lanceerde op Prinsjesdag een wetsvoorstel met de wervende titel Crisis- en herstelwet, afgekort CHW. Voornaamste doel van de wet is de economische crisis aan te pakken en een duurzaam herstel te bevorderen. Fleur Spijker en Karin van Zijtveld betogen dat de wet nog wel wat uitgebreid mag worden.

Het wetsvoorstel vereenvoudigt en versnelt bouwprocedures. Dit is hard nodig.
Voor een project als de herontwikkeling in het Stationsgebied in Utrecht staat
de teller inmiddels op zo’n 4.200 besluiten en 2.100 (beroeps)procedures. De
Crisis- en herstelwet bevat aangepaste procedures voor in de wet genoemde
projecten. Deze procedures gelden voor de duur van vier jaar. Het gaat hier om
door het kabinet als urgent gekwalificeerde (categorieën van) projecten, zoals
de aanleg van hoofdwegen en landelijke spoorwegen en specifieke projecten
genoemd zoals de Noordelijke IJoevers in Amsterdam en de aanleg van de A4 tussen
Delft en Schiedam. Nu al kunnen bestuursorganen en bestuursrechters een
vormvoorschrift passeren. Met de nieuwe wet kunnen zij onder voorwaarden ook
inhoudelijke gebreken in een besluit negeren. Rechters zullen een belangrijke
bijdrage moeten leveren. Voortaan beslissen zij binnen zes maanden in plaats van
het gebruikelijke jaar. Baanbrekend is de invoering van het zogenaamde
relativiteitsvereiste in de beroepsprocedure. Dit beginsel betekent dat
bijvoorbeeld de concurrent van een winkelfiliaal zich in het beroep tegen de
bouwvergunning niet langer kan beroepen op welstandsaspecten. Opvallend is ook
de invoering van de lex silencio positivo. Dit is de regel dat bij
overschrijding van de beslistermijn de vergunning automatisch wordt verleend. In
de praktijk is de roep om zo´n voorziening groot, omdat de beslistermijnen
regelmatig fors worden overschreden. De CHW voert haar voorzichtig in.

Ontwikkelingsgebied

Het wetsvoorstel beperkt zich niet tot procedures. Het kent ook bijzondere
voorzieningen zoals de introductie van het ontwikkelingsgebied. In die gebieden
kan voor maximaal 10 jaar afwijking plaatsvinden van Nederlandse
milieuregelgeving. Het wetsvoorstel voorziet in een soortgelijke bepaling voor
innovatieve ontwikkelingen waarvan voldoende aannemelijk is dat de uitvoering
ervan bijdraagt aan het bestrijden van de economische crisis en de duurzaamheid.
Voor die gevallen kan de regelgeving op het gebied van milieu en ruimtelijke
ordening opzij worden gezet. Dit kan ook voor woningbouw van ten minste 20
woningen. Opmerkelijk is voorts dat onteigening voortaan alvast kan plaatsvinden
terwijl de benodigde planologische besluiten nog onderwerp van geschil zijn. Wij
blijven zitten met de hamvraag of de voorgestelde maatregelen zullen leiden tot
snellere en efficiëntere procedures. Zo is de lijst van projecten waarop het
wetsvoorstel ziet, beperkt. Ook de werkingsduur van de wet is beperkt. Ons
inziens kan op verantwoorde wijze meer resultaat worden geboekt door de wet uit
te breiden naar meer projecten. Zo zou de Crisis- en herstelwet een grondslag
kunnen bevatten waardoor gemeenten de bevoegdheid krijgen om zelf projecten aan
te wijzen. Ook de werkingsduur van de wet kan best wat langer. Positief is dat
de crisis de regering (eindelijk) bracht tot het zetten van enkele voorzichtige
schreden in de modernisering van de ruimtelijke ordening. Dit smaakt niet alleen
naar meer, het is hoognodig om voortvarend en met durf verder te gaan met het
ruimen van barrières. Vernieuwingen die de procedures verder stroomlijnen en
concentreren met behoud van kwaliteit. Dit zou voor (op)bouwend Nederland in én
na de crisis pas echt het verschil maken.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels