artikel

Installeren met een roze bril op

bouwbreed

Het beeld van de installatiebranche is niet zo rooskleurig als zij schetst. Erik Steinmaier deed onderzoek en doet in twee artikelen zijn verhaal.

“Met ons gaat het hartstikke goed, geen vuiltje aan de lucht. Sterker, we
groeien als kool!” Dit geluid ruist onophoudelijk op de achtergrond in de
kroegen rond installatiebedrijven. En dat terwijl de installatie afhankelijk is
van de bouwproductie, die het afgelopen jaar toch aanzienlijk achteruitliep. Het
gekke is, dat installatiebedrijven over het algemeen ook echt geloven dat het
goed gaat en de vooruitzichten nog beter zijn. De branche heeft een collectieve
roze bril op. Hoe komt dat? En is het terecht? Installaties worden belangrijker,
dat kan niemand ontkennen. Denk bijvoorbeeld aan de aandacht voor
milieuvriendelijke installaties in het kader van CO2-reductie, aan
technologische ontwikkelingen in het domein van domotica en eisen aan gebouwen
wat betreft (brand)veiligheid. En vergeet niet dat de gemiddelde huisbewoner of
kantooreigenaar tegenwoordig hogere standaarden heeft wat betreft comfort en
design, en dat onderhoud en service hieraan altijd doorgaan. Ook dat speelt de
installatie in de kaart. Daarbij zijn er niet veel mensen die het vak van
installateur verstaan: binnen de Top 10 van krapste beroepsgroepen in Nederland
zijn installatietechnische beroepen oververtegenwoordigd. Een install-ateur die
zichzelf uit de markt prijst, is een zeldzame verschijning.

Gewild

Toch is het beeld niet zo rooskleurig als hierboven geschetst. Service en
onderhoud gaan altijd door, natuurlijk. En installateurs zijn gewild als experts
op het gebied van milieubesparende systemen. Maar wat als de gebouwen waaraan
dat onderhoud moet worden gepleegd niet worden gebouwd? Als de maatschappelijk
verantwoorde ondernemingen voorlopig hun heil zoeken in de papierbak en de
spaarlamp? Wat dan? “Dan hebben we nog altijd de overheid en de zorg, die zijn
niet zo conjunctuurgevoelig”, luidt het collectieve antwoord van de
installatiebranche. Maar is het reëel om collectief positief te blijven als het
gros van de installateurs hetzelfde antwoord heeft op deze situatie? Blijft er
dan niet verdacht weinig werk over, als alle installateurs zich op dezelfde
segmenten gaan richten? Waarschijnlijk wel. En dat is precies waarom
installatiebedrijven zich moeten bezinnen op vragen als: waar ligt mijn
specialiteit? Wat is mijn kracht? Wil ik groeien? Word ik totaalinstallateur of
richt ik mij op een niche? Is Nederland te klein? Helaas is onderzoek hiernaar
schaars. Reden voor ABN Amro om haar sectorstudie juist hierop te richten. In
een volgend artikel (1 september) licht ik graag een tipje van de sluier op van
de conclusies.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels