artikel

Leren van anderen

bouwbreed

Computers worden elk jaar dubbel zo snel.

Als de bouw zich net zo snel had ontwikkeld dan zou de gemiddelde woning nu
100 euro moeten kosten. In de bouw vinden we die vergelijking met andere
sectoren vaak vervelend, we vinden ons onvergelijkbaar; de bouw is heel
bijzonder. Is dat terecht? Vaak wordt gewezen op ons specifieke product; zo
weegt de gemiddelde woning 150 ton. Anderzijds; dat weegt een booreiland of een
locomotief ook en die worden echt niet in de modder in elkaar geprutst. Dan de
specifieke wensen van de consument die leiden tot unieke gebouwen. Dat mag
kloppen voor 10 procent van de woningmarkt, maar de keuzevrijheid bij het kopen
van een nieuwe auto is tenminste net zo groot als bij een nieuwe woning. Alleen
noemen wij het ‘meer- en minderwerk’ en spreekt men in de automotive over
‘opties’.

Dan de overheid; we hebben in de bouw erg veel last van regelgeving en
procedures. Nou kijk eens naar de farmacie! Het kost geloof ik een strak
gereglementeerde 10 jaar om een nieuw geneesmiddel naar de markt te brengen.
Toch geeft deze sector 10 procent van haar omzet uit aan R&D (de bouw 0,3
procent). Zo groot of principieel vind ik de verschillen niet. Dat de uitkomst
van een vergelijking ons niet bevalt, is een andere zaak. Is er iets te leren
uit andere sectoren? Natuurlijk!

In de automotive werkt men samen aan de ontwikkeling van een nieuw model; een
gezamenlijk platform (zeg maar casco) dat individueel wordt afgebouwd. Een Saab
93 heeft dezelfde onderliggende techniek als sommige Fiats of Opels, maar ziet
er toch anders uit. Is het denkbaar dat we in de bouw hetzelfde doen? Een
beperkt aantal van top tot teen doorontworpen casco’s die in overleg met de
toelevering consumentgericht en superefficiënt kunnen worden afgebouwd?

Co-makership

In de scheepsbouwsector is het overgrote gedeelte van de werven een
traditioneel capaciteitsbedrijf; men is tevreden als de werven volgeboekt zijn
voor het komende jaar. Damen shipyard kent een aantal standaardcasco’s die naar
wens kunnen worden afgebouwd tot een patrouilleboot of een sleepboot. En Damen
heeft daarmee veel succes. Co-makership dan? De lessen uit andere sectoren zijn
vooral dat co-makership nooit makkelijk is; je moet er echt in investeren en
volhouden. Maar Toyota en Honda realiseren daardoor aantoonbaar lagere kosten,
een hogere kwaliteit en een beter proces. Maar de bouwtoelevering merkt dat de
eerste stapjes op weg naar co-makership door de huidige crisis subiet weer
worden ingeruild voor ouderwets prijskopen.

In de off-shore zijn de consequenties van falen heel groot. Grote concerns
zoals Heerema kennen dan ook het meest hoogwaardige projectmanagement dat er te
vinden is. Ontwerpmanagement is daar een volwassen tak van sport; men besteedt
er veel tijd en aandacht aan. De reden daarvoor is dat alle fouten die zich
manifesteren tijdens de bouw of het gebruik al tijdens het ontwerp worden
veroorzaakt. Investeren in een goed ontwerp levert dus geld op, bezuinigen op
het ontwerp is het domste wat je kunt doen.

De moraal van dit verhaal? We kunnen ons prima laten inspireren door andere
sectoren. Een vergelijking leert bijvoorbeeld dat je als ondernemer kunt kiezen;
er kan veel als je het echt wilt. Ook al kiest het overgrote deel van je
collega’s voor ‘business as usual’ (of juist doordat). Het leert ons ook dat het
helemaal niet om moeilijke of ingewikkelde zaken gaat. Maar er gaat weinig
vanzelf; als je ergens voor kiest moet je gewoon ook volhouden.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels