artikel

Praktijk weerbarstig op het terrein van de gebiedsontwikkeling

bouwbreed

Sinds het uitkomen van de Nota ruimte is de aandacht voor het containerbegrip ‘gebiedsontwikkeling’ niet meer weggeweest. Een nieuwe mantra was geboren. Plak op elk project met enige ambitie het label ‘gebiedsontwikkeling’ en liefst ‘duurzame gebiedsontwikkeling’ en de rest gaat vanzelf. Althans zo leek het. Ontwikkelingsplanologie is uit, gebiedsontwikkeling is in. Maar de praktijk blijft weerbarstig. Iedere zichzelf respecterende partij, zowel publiek als privaat, heeft zijn eigen opvattingen en dynamiek.

Mede daardoor zijn de tot nu toe behaalde resultaten op het gebied van
gebiedsontwikkeling niet altijd geslaagd, laat staan optimaal. En de financiële
en economische crisis maken de verhoudingen nog eens complexer en indringender.
Toch zijn juist nu goed voorbereide en doordachte pps-constructies het redmiddel
voor een effectieve uitvoering van bouw- of ontwikkelplannen.

Nu de crisis ook directe gevolgen heeft voor de realisatie van
infrastructurele of ruimtelijke projecten is het vooral zaak om de meer
ideologische en principiële discussies over publiek-private samenwerking (pps)
te stoppen en vooral in te zetten op succesvolle en pragmatische vormen van
samenwerking en realisatie van gebiedsontwikkeling. De nieuwe Wet ruimtelijke
ordening die op 1 juli 2008 van kracht is geworden geeft daar een nieuwe impuls
en basis voor. Met als resultaat een deels nieuwe (regie)rol van rijk en
provincies in het kader van gebiedsontwikkeling. Maar er blijft de (on)nodige
aarzeling, mede veroorzaakt door een gebrek aan (juridische) kennis en
praktijkervaring, ook op het terrein van nieuwe vormen van innovatief
aanbesteden. Desondanks zullen gemeenten en provincies naast hun controlerende
taak ook meer regie bij grote gebiedsontwikkeling moeten tonen. De
koudwatervrees om samen te werken met de markt kan alleen maar verdwijnen door
kennis te nemen van elkaars ervaring en standpunten. Dat is ook de opvatting van
drs. Bert Wolting in zijn onlangs verschenen, geactualiseerde boek ‘PPS en
gebiedsontwikkeling’. Het is daarbij opvallend dat nog steeds de (enquête)
bouwfraude en alle naweeën zo’n negatieve rol spelen bij het aangaan van welke
samenwerking dan ook. Juist een pps zou toch in staat moeten zijn om op basis
van een heldere taak- en risicoverdeling uitvoering te geven aan een
bouwproject. Een samenwerkingsverband dat opereert met behoud van eigen
identiteit en verantwoordelijkheid en op een zakelijke manier publieke en
private belangen met elkaar in combinatie brengt en houdt. Dat was toch de inzet
van pps?

En het is inmiddels bewezen dat pps bij gebiedsontwikkeling kan en vaak
succesvol is. De schaalsprong Almere, de ontwikkeling van Valkenburg of de
Spoorzone in Den Bosch zijn hoopvolle en actuele projecten, waarbij de
samenwerking tussen verschillende bestuurslagen en marktpartijen een logisch
gegeven zijn. Maar dat geldt bijvoorbeeld ook voor
hoogwaterbeschermingsmaatregelen op bepaalde kustlocaties in Zeeland, Holland en
de Waddeneilanden (zie het rapport van de commissie-Veerman: ‘Samen werken met
water’). Deze kunnen worden uitgevoerd op een wijze waarbij niet alleen de
veiligheid wordt gewaarborgd, maar gelijktijdig ook groene en recreatieve
tekorten worden aangepakt en/of kansen voor toerisme en hoogwaardig woonmilieu
worden gebruikt. Dergelijke projecten zullen naar verwachting een bijdrage
leveren aan de uitvoering van de Nota Ruimte, maar daarnaast zullen ze ook van
nationaal of regionaal belang zijn. Ze kennen een samenhangende en integrale
benadering en veronderstellen synergie -ook in financiële zin- van de
rijksinzet.

Geconstateerd moet wel worden dat vooral de private belangen bij het
realiseren van groen, water en verkeer binnen de pps-afspraken moeizaam geborgd
blijken te kunnen worden. Zeker wanneer het kwalitatief hoogwaardige projecten
betreft is een goede balans tussen bijvoorbeeld exploitatie en duurzaamheid een
kritische randvoorwaarde. Maar tegelijkertijd ook een complicerende, want een
verantwoorde exploitatie van groene of blauwe elementen is vaak lastig. In het
dynamische en dichtbevolkte Nederland zijn daarom slimme(re) combinaties nodig
van wonen, werken, groen, recreatie en verkeer. Bij gebiedsontwikkeling worden
verschillende belangen tot één gezamenlijk resultaat samengebracht, een
resultaat dat de kwaliteit van het hele gebied ten goede komt en bijdraagt aan
de snelheid van de realisatie. Het bouwen van een woonwijk, het aanleggen van
een weg of het borgen van een natuurgebied staat bij gebiedsontwikkeling nooit
op zichzelf. Bij gebiedsontwikkeling wordt bekeken hoe de ene activiteit de
andere beïnvloedt, én kan versterken (meer dan de som der delen).
Gebiedsontwikkeling is dan ook gericht op het vergroten van de
uitvoeringsgerichtheid en kwaliteit van ruimtelijke plannen. Het pps-instrument
en de samenwerking tussen markt en overheid vervullen daarbij een nuttige,
creatieve en vaak onvermijdelijke factor. Dat gegeven is van belang, vooral nu
minister Cramer (VROM) concreet ontwikkelprojecten heeft aangegeven in het kader
van de investeringsinjectie ter bestrijding van de economische crisis.

PPS en gebiedsontwikkeling

Drs. Bert Wolting (2008): Sdu Uitgevers, ISBN 9789012129183; editie 2008, Den
Haag, 230 blz.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels