artikel

‘De bouw is van niemand’

bouwbreed

‘De bouw is van niemand’

Het Vernieuwingsplatform Bouw is de opvolger van de Regieraad. Scheidend voorzitter Hans Blankert doet een klemmend beroep op de hele bouwsector, inclusief de architecten, om vol te houden en de innovatie door te zetten.

Hij kan morgen tijdens het eindcongres van de Regieraad Bouw met een gerust
hart de volgende fase inluiden, waarbij de regionale raden overeind blijven. Er
komen zo’n 700 mensen af op de gratis finale in Utrecht. De 2,5 miljoen euro die
de sector jaarlijks bijeen moet brengen voor de doorstart is nog niet helemaal
rond. Rijkswaterstaat, Rijksgebouwendienst en Bouwend Nederland hebben harde
toezeggingen gedaan over een financiële bijdrage. Ook Aedes, Uneto VNI en NL
Ingenieurs betalen mee. Op andere fronten wordt nog volop gelobbyd, maar het
streven is de gehele bouw mee te krijgen. “We hebben de héle sector nodig. Het
is belangrijk dat het instituut wordt gedragen door de opdrachtgevers en de
markt. Dus ook de BNA moet gewoon meedoen. Die architecten zijn altijd al een
beetje lastig geweest”, stelt Blankert. Jeroen van Schooten, voorzitter BNA,
ziet nog weinig meerwaarde van een nieuw innovatieplatform en weigert vooralsnog
een financiële bijdrage. De oud-VNO-NCW-topman beseft dat sommige groepen in de
bouw extra zijn getroffen door de economische crisis en weet ook dat juist de
positie van architecten lastiger is geworden met nieuw contractvormen als dbfm.
Ook Neprom en NVB staan niet te springen om mee te betalen. Blankert laat het
aan zijn opvolger om te kijken naar een mild betalingsregiem of een bijdrage in
de vorm van mensen. Vijf jaar extra is volgens de voorzitter afdoende om de
ingezette route van innovatieve contracten, BIM en sprekende pilotprojecten te
laten beklijven. Vooral bij de lagere overheden is nog een wereld te winnen,
want nog altijd wordt 90 procent gegund op de laagste prijs. “Innovatie ligt
voor een groot deel in handen van de opdrachtgevers. Zij bepalen wat ze willen
hebben. Voor een wethouder is het makkelijk om de laagste rekening te laten zien
om je te verantwoorden. Zo’n ingesleten patroon doorbreek je niet zomaar. Zelfs
succesvolle pilots zijn geen garantie op brede navolging, maar gelukkig zijn we
wel eindelijk zover dat er succesvolle projecten zijn. Bijvoorbeeld de
verbreding naar twee keer vijf rijstroken van de A2 bij Utrecht is mooi twee
jaar eerder opgeleverd.” Mild en een tikje bedachtzaam staat Blankert ten
opzichte van de sector. “Het plezier om in de bouw te werken is weer terug.”
Toen hij de bouw de helpende hand bood door te onderhandelen over de schikking
na de bouwfraude trof hij een ontredderde sector. Hij wist een relatief lage
schikking te treffen waarbij een groot deel van de schadevergoeding in innovatie
van de sector zelf werd gestoken. “De overheid zat niet te wachten op het geld,
maar wilde wel een gebaar.” Met genoegen constateert hij dat het wantrouwen is
weggeëbd en dat ruimte ontstaat voor samenwerking. “Die kant moet het zeker op.
Co-makers en co-design met harde afspraken over kwaliteit en tijd. Inspelen op
de wensen van opdrachtgevers en meer openheid van zaken.” De zogenoemde
Vernieuwingsakkoorden die de Regieraad sloot met de verschillende
brancheverenigingen, blijken weinig succesvol. Dat punt blijft liggen voor zijn
opvolger. “Vernieuwing laat zich niet afdwingen met handtekeningen op een stuk
papier, maar het was tenminste een poging.” Een kwestie van blijven proberen,
maar dan op andere manieren, denkt Blankert. Hij verwacht van zijn opvolger dat
die met veel enthousiasme de ingeslagen route doorzet. Het is niet nodig nieuwe
vraagstukken te agenderen.

Politieke belangstelling

Blankert maakt zich wel zorgen over het gebrek aan politieke belangstelling
voor de bouw. “De bouw is van niemand, bungelt een beetje in politiek Den Haag.
Ik heb net met moeite een rondje langs Kamerleden gemaakt om aandacht te vragen
voor het Vernieuwingsplatform Bouw. Had de behoefte uit te leggen wat er aan de
hand is rond de vastgoedfraude van Bouwfonds. Dat doet het imago van de sector
geen goed, maar ik had moeite Kamerleden te vinden met belangstelling voor de
sector.” Hij begon met realistische ambities aan zijn voorzitterschap van de
Regieraad. Zijn voorganger Jan Hovers dacht de faalkosten snel te kunnen
terugdringen, maar Blankert beseft dat standaardisatie een kwestie van lange
adem is. “In 2030 moet de sector wel zover zijn. Dan is de bouw een moderne
industriële bedrijfstak die rendabel draait. Want aan kant en klare
basisproducten in de woningbouw, scholenbouw en kantorenmarkt hangt een ander
prijskaartje.” Het W&R-woningconcept van BAM is al een stap in die richting.
Blankert is groot voorstander van een zwarte lijst van aannemers die huizen
opleveren met veel opleveringsfouten. “Het is toch niet normaal om gemiddeld 24
gebreken als normaal te beschouwen”, stel hij retorisch. “Niemand wil op die
lijst.” Samen met nieuwe contractvormen en BIM een praktische manier om bouwers
te dwingen te letten op faalkosten. “Alleen in teamverband zal het echt lukken
om de miljardenverspilling terug te dringen.”

Curriculum vitae

Hans Blankert (1940, Medan)

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels