artikel

Bouwvakkers straks twee keer de pineut

bouwbreed

De kogel is door de kerk; de AOW-leeftijd gaat omhoog. John Kerstens betreurt dat de werkgevers de handdoek in de ring gooiden en pleit nog steeds voor een flexibele oudedagsvoorziening. Morgen komt het kabinet met de plannen; Kerstens houdt zijn hart vast.

Het was eind maart van dit jaar aan de FNV te danken dat het kabinet afzag
van het plan om de AOW-leeftijd voor iedereen te verhogen tot 67. De SER kreeg
de kans te komen met een alternatief. Een alternatief voor de 4 miljard
besparing die dat opschuiven zou moeten opleveren. Het was eind september aan
werkgevers te wijten dat dat tot niets heeft geleid en het kabinet een
herkansing kreeg. Morgen, zo zegt men zelf, komt het kabinet alsnog met het
verhogen van de AOW-leeftijd voor iedereen. Los van alle andere argumenten die
tegen zo’n opschuiven ‘zonder aanziens des persoons’ zijn in te brengen, wil ik
wijzen op het grote gevaar dat erin schuilt voor mensen met zware beroepen. Je
kunt op tv geen item over de AOW bekijken, op de radio geen uitzending erover
beluisteren, geen krant erop naslaan of er wordt wel een bouwvakker ten tonele
gevoerd. Iedereen (vriend en vijand, van politicus tot hoogleraar, van man in de
straat tot journalist) is ervan overtuigd dat je van iemand die rond z’n
zestiende begint en vervolgens jaar in jaar uit zware lichamelijke arbeid
verricht en die na meer dan veertig jaar buffelen op zijn tandvlees loopt, niet
kan verwachten dat hij er nog vrolijk twee jaar aan vastplakt.

Flexibel

Iedereen roept dat er voor zo iemand een uitzondering moet komen. Maar
niemand weet hoe die er uit moet zien. Want dat bouwvakker een zwaar beroep is,
vinden we allemaal. Maar hoe zit dat bijvoorbeeld met de vuilnisophaler, de
verpleegkundige of de onderwijzer? Of met iemand die bewust heeft gekozen voor
een carrière thuis? De AOW is tenslotte een volksverzekering; niet alleen
werknemers hebben er recht op. Ook daarom schaart FNV Bouw, de grootste bond in
de bouw- en houtnijverheid, zich vol overtuiging achter het FNV-alternatief van
een flexibele AOW. Dat past niet alleen in onze visie dat we mensen binnen
collectieve kaders eigen keuzes willen laten maken, maar biedt onze mensen ook
in de toekomst nog de mogelijkheid op 65 van hun welverdiende AOW te genieten.
Wij stellen daaraan twee voorwaarden: die AOW op 65 mag niet lager zijn dan nu
(niet iedereen kan immers zijn uitkering verhogen door hem later te laten
ingaan) en de prijs die we ervoor moeten betalen mag niet te hoog zijn. Over
beide punten maak ik me grote zorgen. In het door sommigen bejubelde
‘compromisvoorstel’ van de Kroonleden in de SER kan niet worden gegarandeerd dat
een AOW met 65 jaar net zoveel oplevert als nu. En wat het tweede betreft,
lijken Kroonleden, werkgevers en kabinet te koersen op een forse bezuiniging op
de zogenaamde ‘aanvullende pensioenen’ door de fiscale mogelijkheden daarvoor
flink in te perken. En dat allemaal om aan die zo gewenste 4 miljard te komen.

Pensioen

Dat aanvullende pensioen, dat wordt opgebracht door werkgevers en werknemers,
voorziet in de mogelijkheid om voor 65 met vroegpensioen te gaan. Juist in
sectoren met zware beroepen, zoals de bouw, hebben sociale partners ervoor
‘gekozen’ om die fiscale mogelijkheden maximaal te benutten. Omdat ze inzien dat
hun mensen rond hun zestigste vaak op zijn. Maar ook omdat dat hun
vroegpensioenregeling nog enigszins betaalbaar houdt. Als het einde van de
AOW-discussie zou zijn dat bouwvakkers straks op 65 een lagere AOW-uitkering
tegemoet kunnen zien en daar bovendien een hoge prijs voor moeten betalen omdat
ze door het inperken van de fiscale mogelijkheden ook nog eens dik een jaar
langer door moeten voordat ze met vroegpensioen kunnen, zijn ze dus twee keer de
pineut. Dat kan ik mijn mensen niet uitleggen. En dat zouden al die anderen die
hun mond in die discussie steeds vol hebben gehad over die bouwvakker met z’n
zware beroep ook niet moeten willen! Voorzitter FNV Bouw, Woerden
www.fnvbouw.nl.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels