artikel

Amsterdam wordt gebouwd op pijlers

bouwbreed

Amsterdam wordt gebouwd op pijlers

Slimme ruimtelijke ingrepen zijn cruciaal voor de sociaaleconomische ontwikkeling van de stad. De binnenstedelijke verdichting of de lange tijd voor onmogelijk gehouden aanleg van het Noordzeekanaal zijn daar voorbeelden van. De nieuwe structuurschets van Amsterdam wil vooral een bijdrage leveren aan een duurzaam ruimtelijke ontwikkeling. Robbert Coops stelt het maar eens opportunistisch: hier is sprake van een uitdaging, zelfs (of misschien juist) in crisistijd.

Terwijl de hoorzittingen over het echec bij de aanleg van de Amsterdamse
Noord-Zuid metrolijn een redelijk onthutsend beeld schetsen van de bestuurlijke
en organisatorische onmacht van het Amsterdamse stadsbestuur om een dergelijk
grootschalig en ingrijpend infraproject veilig te laten landen, werkt de Dienst
Ruimtelijke Ordening onverdroten verder aan de langetermijnvisie op de
ruimtelijke ontwikkeling van de stad tot 2040. Dat proces is nu halverwege. De
volgende stap is de vaststelling van het visiedeel van deze structuurschets,
gevolgd door een ontwerpstructuurvisie die na de gemeenteraadsverkiezingen zal
worden vastgesteld. Tot zover de procedures, die startten met het opstellen van
de notitie Ontwikkelbeeld 2040 voor de metropoolregio Amsterdam. Duidelijk werd
– na vele gesprekken met stakeholders – dat “ruimtelijke opgaven gekoppeld
moeten zijn aan belangen en behoeftes, want door het bouwen van huizen, kantoren
of cultuurpaleizen en met het aanleggen van infrastructuur ontstaat niet als
vanzelf een wereldstad. (….) De condities voor Amsterdam zijn gastvrij,
duurzaam, recreatief, ondernemend, dienstbaar, sociaal, creatief en bereikbaar”.
Dat is nogal een ambitieuze opsomming van voorwaarden, maar dat ter zijde.

Metropool

Het uiteindelijke doel is om van Amsterdam een hoogstedelijke kern te maken
die qua omvang en kwaliteit past bij een metropool. Daarvoor zijn tien
essentiële ruimtelijke doelstellingen opgesteld. Die pijlers willen de
toekomstige ontwikkeling sturen en structureren. Maar hoe dat uiteindelijk
gebeurt, blijft nog behoorlijk abstract. Hoe de structuurvisie uiteindelijk zal
worden gerealiseerd (en door wie!) temidden van een sterke stedelijke dynamiek
en bestuurlijke decentralisatie in de vorm van redelijk autonome stadsdelen, is
essentieel voor een professioneel georganiseerde regievorm. Dat dat laatste hard
nodig is, blijkt niet alleen uit de indrukwekkende lijst van dilemma’s die de
gemeente heeft verzameld, maar ook uit de recente druk en initiatieven van
marktpartijen en maatschappelijke organisaties. Dat varieert van de uitrol van
het centrumgebied (“de magneetwerking van het hart van Amsterdam”) tot de
ontwikkelingen langs het IJ en van het opwekken van duurzame energie (wat
ruimtelijk in strijd is met het willen verfraaien, toegankelijker of creatiever
maken van metrolopolitane landschappen) tot de automobiliteit versus druk op de
openbare ruimte. Sommige ontwikkelingen zijn autonoom, sommige zitten nog in de
initiatieffase en vele zijn nog hoogst ongewis. Dat maakt de stap naar het
visiedeel waarin de uiteindelijke keuzes voor de toekomstige ontwikkelingen
lastig en boeiend tegen de achtergrond van een onder druk staande wereldeconomie
en groeiende klimaatproblemen. Volgens de Amsterdamse wethouder Maarten van
Poelgeest bieden de omstandigheden ook kansen, maar daarvoor is dan wel een
“aanzienlijke koerswijziging” van het ruimtelijk beleid voor nodig.

Drs. Robbert Coops
Sociaal-geograaf en senior communicatiestrateeg bij Schuttelaar & Partners.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels