artikel

Procedurele aspecten 5 procentsregeling

bouwbreed Premium

Zoals bekend mag de koper drie maanden na oplevering 5 procent van de aanneemsom onder zich houden, zie art 7:768 lid 1 BW.

Hij hoeft daartoe geen reden op te geven. Geschillen over deze 5
procentsregel worden voorgelegd aan het Arbitrage Instituut van het GIW indien
de koop-aannemingsovereenkomst van het GIW van toepassing is. Een van de vragen
die aan de Raad van Arbitrage werd voorgelegd, luidde als volgt: als die drie
maanden zijn verstreken, is dan nog steeds het arbitrageinstituut van het GIW
bevoegd of dienen geschillen dan aan de Raad te worden voorgelegd. De aannemer
betoogde in dit geval, waarin de Raad op 26 juni 2009 in appel uitspraak deed,
nr 71.353, dat het arbitragebeding na deze periode was beëindigd en dat de Raad
bevoegd was. Immers na drie maanden is een succesvol beroep op art. 6:263 BW
nodig wil de koper nog het opschortingsrecht uitoefenen en dus ook de algemene
geschilbeslechtingsregeling en niet meer de bijzondere.

Geen hoger beroep

Zowel in eerste als in tweede instantie gaan arbiters niet mee met de
aannemer. Met betrekking tot het hiervoor weergegeven standpunt oordeelden zij:
‘In artikel 11A/14A van de toepasselijke algemene voorwaarden wordt de
mogelijkheid tot langere handhaving van het depot gegeven na het verstrijken van
de periode van drie maanden na oplevering, maar dan op de voet van artikel 6:262
BW. Nu de bepaling omtrent geschillenbeslechting in de overeenkomsten
uitdrukkelijk en zonder beperkingen naar de volledige artikelen van de
toepasselijke algemene voorwaarden verwijzen, is ook bij handhaving van het
depot op grond van artikel 6:262 BW nog steeds sprake van de
uitzonderingssituatie, zijnde dat sprake is van een geschil dat betrekking heeft
op bouwkundige gebreken en tekortkomingen geconstateerd bij oplevering en in
verband waarmee de verkrijger gebruikmaakt van het 5 procentsopschortingsrecht.
Over deze geschillen is uitsluitend het GIW bevoegd te oordelen. Dat het GIW
geen mogelijkheid van hoger beroep kent, zoals aanneemster stelt, maakt dat naar
het oordeel van ondergetekenden niet anders.’ Het oordeel van arbiters is toe te
juichen. Het ligt inhoudelijk voor de hand en is praktisch voor beide partijen
te prefereren boven de lezing die de aannemer aan de regeling gaf. Men moet er
niet aan denken dat men eerst bij het ene scheidsgerecht terecht kan voor een
bepaalde kwestie en dat tijdens de rit naar een ander scheidsgerecht zou moeten
worden gegaan. Waar jarenlang gewerkt is aan het vereenvoudigen van de
beslechting van consumenten bouwzaken kan dit nooit de bedoeling zijn.

recht

De zogeheten 5 procent beoogt de consument-koper van een woning een sterke
positie te geven jegens de verkoper. De regel roept nog steeds vragen op, waar
arbiters en rechters antwoorden op formuleren.

Reageer op dit artikel