artikel

Kosten van slimme constructie

bouwbreed Premium

Het artikel waarin Pim Peters, directeur van IMd (“Een slimme constructie kan bouwproject uit ijskast halen”, Cobouw 29 juni 2009), terecht aandacht vraagt voor slim omgaan met constructies, vraagt vanuit het perspectief van een bouwkostendeskundige enige nuanceringen.

Peters legt uit dat ongeveer een-derde van de bouwkosten opgaat aan de
constructie. Een snelle blik in ons kengetallenbestand leert dat de
constructiekosten, bestaande uit de elementclusters fundering en skelet, maar
tussen ongeveer 10 en 20 procent van de totale bouwkosten bedragen en dus niet
30 procent zoals Peters stelt. Als je daarbij bedenkt dat de kosten van
grondwerk, heipalen, funderingsbalken en de beganegrondvloer slechts minimaal
zijn te beïnvloeden en grotendeels afhangen van de bouwlocatie, dan blijft
alleen de constructie (het skelet) van het gebouw zelf over als onderdeel dat
nog te beïnvloeden is. Hierbij geldt door de bank genomen dat als je voor een
eenvoudige gebouwvorm kiest er, als direct gevolg daarvan, een lagere kostprijs
ontstaat. Onze ervaring leert dat met de keuze van het skelet maar een zeer
beperkte invloed op de totale bouwkosten kan worden uitgeoefend. Waar Peters
zeker gelijk in heeft is dat een logische constructie in het algemeen minder
kost dan een onlogische. Waar hij ook een punt heeft is dat er de architect
vanuit het oogpunt van integraal ontwerpen meer en vooral eerder moet luisteren
naar de overige adviseurs. Maar al te vaak is het architectonische ontwerp
maatgevend en moeten de andere disciplines het ontwerp volgen, totdat blijkt dat
de kosten niet overeenkomen met de beschikbare budgetten.

Sloopkosten

Een ander punt is hergebruik van constructies van bestaande gebouwen die
hergebruikt worden. Ook hier zou een besparing van wel 50 procent te behalen
zijn. Als we even niet kijken naar duurzaamheid maar puur naar kosten, dan heeft
Peters gelijk dat door hergebruik flink kan worden bespaard op de constructie.
Maar hij laat na te belichten dat de sloopkosten hierdoor vaak flink toenemen,
en dat je bovendien met de bestaande mogelijk onlogische constructie moet omgaan
en er vaak minder efficiënt ontworpen kan worden doordat de constructie niet
logisch en optimaal is. Hij gaat ook voorbij aan het feit dat de 50 procent
besparing die je volgens hem kunt behalen, moet worden gerekend over de 10 tot
20 procent van de bouwkosten van de constructie van een gebouw. De besparing die
je maximaal kan behalen zou dan neerkomen op 5 tot 10 procent van de totale
bouwkosten. Deze 5 tot 10 procent besparing gaan vaak snel op aan extra
sloopkosten, ontwerpverliezen, en dergelijke. Kortom, het artikel is een
lovenswaardig pleidooi om de expertise van de constructeur (en wat ons betreft
ook van de overige adviseurs) ten volle te benutten. Daarbij is het wel van
belang dat ook professionele expertise op het gebied van bouwkosten wordt
aangewend. Nu maar hopen dat er in de toekomst vooral logische en betaalbare
constructies worden bedacht die leiden tot projecten die ook worden
gerealiseerd.

Reageer op dit artikel