artikel

Wabo vraagt lerend vermogen overheid

bouwbreed Premium

Omgevingsdiensten zijn de meest voor de hand liggende uitvoeringsvorm van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Grote steden en regio’s hebben vaak al milieudiensten, zij kunnen voor meer gemeenten het totale omgevingsrecht uitvoeren. Maar, vragen Eric Janse de Jonge en Pieter-Jan van Zanten zich af, hoe moet het dan met de bestuurlijke verantwoordelijkheid? En met de verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen gemeenten?

De kwestie van de omgevingsdiensten vertoont veel overeenkomsten met de
(re)organisatie van de politie, een jaar of 15 jaar geleden. Zo’n 150
zelfstandige gemeentepolitiekorpsen en 25 districten van het Korps Rijkspolitie
werden samengevoegd tot 25 regionale politiekorpsen en één landelijk korps, de
KLPD. De vergelijking ligt voor de hand omdat de activiteiten op het gebied van
bouwen, wonen en milieu van 441 gemeenten en twaalf provincies nu moeten worden
samengevoegd in zo’n twintig tot veertig Omgevingsdiensten. Het kabinet heeft
daarbij de voorkeur om deze te laten samenvallen met de huidige
politie-/veiligheidsregio’s, maar geeft gemeenten en provincies de gelegenheid
om dit voorjaar zelf met een voorstel te komen dat kwalitatief gelijkwaardig is.
Het doel van concentratie en vereenvoudiging van de politie-reorganisatie was
niet betwist, maar ‘meer blauw op straat’, minder bureaucratie en grotere
efficiency zijn lang niet alle gerealiseerd. Natuurlijk hadden we niet kunnen
doorgaan met 175 politiekorpsen zoals we het er ook nu over eens zijn dat een
structuur van bijna vijfhonderd uitvoeringsorganisaties op het gebied van
omgevingsrecht geen toekomst heeft. Er zijn de afgelopen 15 jaar veel ervaringen
opgedaan met de omvangrijke operatie van samenvoeging van de politiekorpsen. Nog
steeds vinden aanpassingen plaats zoals de recente centralisatie van taken op
het gebied van ict en inkoop. Bij het reorganiseren van het ambtelijk apparaat
op het gebied van het omgevingsrecht is het noodzakelijk gebruik te maken van de
ervaringen uit het verleden. Hier ligt een kans om te laten zien dat ook de
gezamenlijke overheden een lerende organisatie kunnen zijn.

Kwaliteitscriteria

De politiereorganisatie leert dat een nieuwe structuur niet vanzelf leidt tot
de beoogde resultaten. Om het beter te doen op het terrein van het
omgevingsrecht moet de focus gericht blijven op burgers en bedrijven. De
professionals (vergunningverleners en handhavers) moeten actief betrokken worden
bij de opzet. Zij weten het best wat het werk vraagt, hebben voeling met hun
‘klanten’. Provincies en gemeenten hebben ruimte nodig om het systeem van de
Wabo op te bouwen van onderop. Het kost tijd om eerst de (professionaliteit van
de) samenwerking op orde te brengen, de dienstverlening te verbeteren en
toezicht en handhaving te verbeteren, volgens nog te ontwikkelen
kwaliteitscriteria. Maatschappij en politiek vragen om samenwerking en
professionalisering op het terrein van het Omgevingsrecht. Gemeenten en
provincies moeten de samenwerking opzoeken in stevige verbanden. Het moet
duidelijk zijn wat van hen mag worden verwacht en welke maat zij zichzelf nemen.
Het resultaat moet zijn een snellere, betere en goedkopere dienstverlening en
een effectievere handhaving die de uitwassen aanpakt. De bestuurlijke en
ambtelijke verantwoordelijkheid is relevant, maar deze kwestie mag niet zo’n
permanente en centrale positie innemen dat de gewenste resultaten uitblijven.
Lokale en regionale autonomie is een groot goed, maar geen argument om de
noodzakelijke veranderingen te blokkeren. Bij aanneming door de Tweede en Eerste
Kamer van de invoeringswet Wabo is er immers geen weg terug!

Reageer op dit artikel