artikel

‘Oude’ vrijstelling niet geldig na 1 juli 2008

bouwbreed Premium

Woonlinie (een woningbouwcoöperatie) wil een aantal grondgebonden (starters-)woningen en appartementen realiseren in Zaltbommel.

Dit project is in strijd met de ter plaatse geldende bestemmingsplannen. Om
de realisering van dit project toch mogelijk te maken heeft het college van B en
W van Zaltbommel op 18 maart 2008 krachtens artikel 19 lid 2 Wet op de
ruimtelijke ordening (WRO) vrijstelling van het bestemmingsplan verleend. Op dat
moment gold dus nog de oude WRO.

Vervolgens heeft het college van B en W, met gebruikmaking van dit
vrijstellingsbesluit, op 1 april 2009, dus ná de inwerkingtreding van de nieuwe
Wro, bouwvergunning verleend.

De vraag die de voorzieningenrechter nu moet beantwoorden, is of het college
van B en W de op grond van de oude WRO verleende vrijstelling nog konden
gebruiken.

De voorzieningenrechter overweegt dat aanvraag om bouwvergunning is ingediend
op 1 december 2008, na de inwerkingtreding van de Wro. Dit is volgens de
voorzieningenrechter niet zonder consequenties. Op die bouwaanvraag moet
namelijk het recht worden toegepast zoals dit gold op het moment van het
indienen van de aanvraag: de nieuwe Wro. Onder de nieuwe Wro kan de strijdigheid
met het bestemmingsplan alleen worden weggenomen door een – op grond van die wet
genomen – ontheffing of projectbesluit. Het eveneens per 1 juli 2008 gewijzigde
artikel 46 lid 3 van de Woningwet geeft ook aan dat de aanvraag om
bouwvergunning tevens moet worden aangemerkt als een aanvraag om -kort
samengevat – een ontheffing als bedoeld in de Wro dan wel een projectbesluit in
de zin van die wet.

Het college van B en W heeft echter gebruik gemaakt van een op grond van de
oude WRO verleende vrijstelling. In de situatie dat sprake is van een
bouwaanvraag van na 1 juli 2008 is die mogelijkheid niet meer aanwezig,
strijdigheid van het bestemingsplan kan immers alleen worden weggenomen door een
op grond van de nieuwe Wro genomen ontheffing of projectbesluit. De op grond van
de oude WRO verleende vrijstelling heeft -nu daarvan niet tijdig gebruik is
gemaakt- zijn werking verloren.

Daarbij geldt dat de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening een vrijstelling
ex artikel 19 WRO niet gelijk stelt met een ontheffingsbesluit, omdat de WRO
geen vergelijkbare figuur kent. Dit is anders bij vrijstellingen als bedoeld in
de artikelen 15, 17 en 19 lid 3 van de WRO, deze kennen een tegenhanger in de
Wro en worden in de Invoeringswet wel gelijkgesteld.

Het college van B en W kon de op grond van de oude WRO verleende vrijstelling
dus niet gebruiken voor een op grond van de nieuwe Wro verleende bouwvergunning.

Jurisprudentie

Alweer bijna een jaar geleden, 1 juli 2008, is de nieuwe Wet op de
ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. De vragen die de introductie van
de Wro meebracht (en brengt) leveren interessante jurisprudentie op. Zo ook het
geval dat hierna wordt besproken: een vrijstelling is verleend vóór 1 juli 2008
en vervolgens is ná 1 juli 2008 bouwvergunning verleend met gebruikmaking van
dit vrijstellingsbesluit (Vzgnr. Rb Arnhem 22 april 2009, LJN: BI6003).

Reageer op dit artikel