artikel

Een slimme constructie kan bouwproject uit ijskast halen

bouwbreed Premium

Het verschil tussen een slimme en een niet-slimme constructie is al snel 5 procent van de totale bouwkosten. Bij renovatie kan het zelfs oplopen tot 15 procent. In de huidige economische malaise kan dat nét het verschil uitmaken tussen wel of niet bouwen. Volgens constructeur ir. Pim Peters moeten opdrachtgevers daarom juist nu hun projecten nog eens kritisch tegen het licht houden.

Ongeveer eenderde van de bouwkosten gaat op aan de draagconstructie.
Besparingen op dit onderdeel tikken dus flink door. En goedkoper kan het zeker:
een logische, slimme constructie is al snel 20 procent goedkoper dan een
niet-logische. Bij hergebruik van bestaande gebouwen loopt dit zelfs op tot 50
procent of meer. Een goede constructeur kan projecten dan ook financieel
haalbaar maken. En juist dát is nu relevanter dan ooit.

Het economisch bureau van ING verwacht dat de bouwproductie in 2009 en 2010
met 13,5 procent zal dalen; het EIB houdt het zelfs op 15 procent. Een
belangrijke oorzaak van de teruggang is het feit dat veel initiatieven in de
plan- of ontwerpfase in de ijskast worden gezet. Het grote struikelblok is de
financiering. Alles moet scherper, iedere euro telt. Slim construeren maakt dan
ook steeds vaker het verschil tussen bouwen en niet-bouwen. ‘Slim’ betekent in
de eerste plaats logische, doorlopende verticale draaglijnen. Maar ook géén
overgangsconstructies, een minimale constructie en meer beschikbaar
gebruiksoppervlak. Bouwmethode, bouwsnelheid, maar ook flexibiliteit, veiligheid
en architectuur, al die aspecten tellen even zwaar. Bij renovatie en hergebruik
komt daarbij nog het maximaal gebruikmaken van de bestaande constructie zónder
deze aan te hoeven passen. Wie bij optoppen aan de bestaande fundering in een
kelder moet sleutelen, weet bijna zeker dat het te duur wordt.

Financiële ruimte

Nu de bouw steeds meer in het slop raakt, zoeken opdrachtgevers mogelijkheden
om hun plannen tóch haalbaar te maken. Het aantal ontwikkelaars en aannemers dat
een second opinion laat doen, neemt dan ook snel toe. Zij laten onderzoeken waar
in hun ‘ijskast-projecten’ nog financiële ruimte te vinden is. En die blijkt in
de meeste gevallen inderdaad in, onder meer, de constructie te zitten. De grote
vraag is natuurlijk waarom niet altijd zo’n logische constructie wordt
ontworpen. Kostenkennis blijkt in de meeste gevallen de achilleshiel.
Alternatieven worden daardoor onvoldoende doorgerekend op hun invloed op de
totále bouw. Want dát is uiteindelijk waar het om gaat: het beste gebouw, niet
de beste constructie. Traditioneel of toch tunnelen kan een enorm verschil
uitmaken, wat bouwtijd betreft, en dus kosten. Meer vierkante meters maken voor
hetzelfde budget, een goedkoper installatieconcept – het kan vaak mede dankzij
de constructie.

Tegenspel

Constructeurs moeten daarvoor de architect professioneel tegenspel bieden,
daarin schuilt de meerwaarde. Ook de architect heeft daar behoefte aan. Nu wordt
nog te vaak zijn grofmazige constructieve opzet simpelweg ‘overgenomen’; de
constructeur maakt bij wijze van spreken alleen nog de berekeningen. Maar dat is
iets heel anders dan een efficiënte constructie ontwerpen: een die naadloos past
in het architectonische beeld en die tegelijkertijd van een verbluffende eenvoud
is – ook financieel. Crisis of geen crisis, een constructie moet altijd logisch
in elkaar zitten. Maar nu de marges steeds krapper worden, wordt het belang
ervan steeds groter. Meer en meer opdrachtgevers onderkennen de waarde van de
constructie. Tegelijkertijd biedt de straffe economische tegenwind constructeurs
een extra kans om hun meerwaarde te laten zien. Hun werk kan een gebouw haalbaar
maken, zodat bouwbedrijven uiteindelijk tóch aan de slag kunnen.

Reageer op dit artikel