artikel

Pps en de crisis

bouwbreed Premium

De stroom aan negatieve berichten over de economie, onder de noemer ‘kredietcrisis’, blijft aanhouden. Ook de verwachtingen voor de bouwsector zijn niet positief. Binnen de bouwsector wordt vooral de b & u hard getroffen, vooral omdat een groot deel van de projecten rechtstreeks afhankelijk is van private financiering.

Projectontwikkelaars zetten projecten in de ijskast vanwege een stagnerende
vraag en omdat de financiering niet meer rond komt. De eisen worden zwaarder en
de kosten (gevraagde rente) worden hoger. Vooral het vereiste aandeel eigen
kapitaal is voor veel ontwikkelaars een torenhoge drempel. Het is interessant om
eens te zien wat deze situatie voor gevolgen heeft voor pps, de publiek private
samenwerking. Pps is inmiddels wel een paraplu-begrip, want elke contractvorm
die niet traditioneel is, wordt tegenwoordig zo genoemd. Laten we ons beperken
tot de projecten waarbij de gebruiksperiode en de financiering onderdeel van de
vraag zijn, zoals dbfm. Pps is met name populair geworden in het Verenigd
Koninkrijk, onder Margaret Thatcher in de jaren ’80 van de vorige eeuw. De
economie lag bijna helemaal stil, de overheid zat op zwart zaad. Door pps
ontstond er weer beweging, want bouwbedrijven hadden weer projecten en doordat
ze dat zelf moesten financieren, konden de lasten voor de overheid over een
lange periode worden uitgesmeerd. In Nederland is de situatie de laatste jaren
principieel anders geweest. De economie groeide als kool, de overheidsfinanciën
waren op orde. Vooral omdat pps een kostenvoordeel zou hebben, werd pps
gepromoot. Het kostenvoordeel zou ontstaan doordat het bouwproces efficiënter
zou verlopen en het ontwerp beter afgestemd zou zijn op de exploitatie. Dit
ondanks het nadeel van hogere financieringslasten. Juist dit laatste aspect
vormt nu een probleem, omdat momenteel private financiering alleen maar lastiger
en duurder is geworden. Het bedrijf John Laing heeft tijdens een bijeenkomst bij
de Rijksgebouwendienst op 12 januari j.l. een aantal mogelijkheden genoemd om
pps-projecten toch aantrekkelijk te houden. Twee daarvan komen neer op het
creëren van meer zekerheid, bijvoorbeeld door garanties van de overheid of het
inschakelen van de EIB. Een ander betaalschema (bijvoorbeeld toch een grote
betaling na gereedkomen van de bouw) kan de schuldenlast verminderen en dus de
kosten omlaag brengen. De laatste mogelijkheid gaat wel erg ver, namelijk het
uit de aanbesteding halen van de ‘F’ en deze later alsnog los aanbesteden. Het
kenmerk van alle oplossingen blijft echter het streven om de kosten van de
private financiering omlaag te brengen, door meer zekerheid of verschuiving van
lasten (van privaat naar publiek). En dat blijft toch een beetje ‘wringen’ met
de oorspronkelijke argumenten voor pps. Ik ben dan ook erg benieuwd of pps gaat
overleven, dan wel echt gaat doorzetten. Misschien moeten we hopen op een echte
ineenstorting van de economie, want dan ontstaat er een zelfde situatie als in
Engeland. Maar ik denk dat zelfs de voorstanders van pps daar niet warm voor
zullen lopen.

Reageer op dit artikel