'Vorstschade repareren is goedkoper dan voorkomen'
DEN HAAG - Vorstschade herstellen is goedkoper dan uitbannen. Dat stelt Rijkswaterstaat in reactie op een pleidooi van VBW Asfalt voor een transparante vervangnorm. De asfaltkoepel stelde woensdag in deze krant dat het vervangbeleid van de wegenbeheerder te vaag zou zijn. Met als gevolg vorstschade op vooral oude plekken waar de wegenbeheerder dat had kunnen voorkomen.
Rijkswaterstaat reageert dat vorstschade inderdaad vooral optreedt bij de oudere open wegdekken (zo’n 5-7%). Verrast door het aantal schades is hij echter niet. "Dat komt door meer vriesdooiwisselingen", aldus woordvoerder Esther de Graaf. De kritiek van VBW Asfalt kan Rijkswaterstaat niet volgen. "Ons onderhoudsbeleid is al op duidelijke normen voor rafeling, stroefheid dwars- en langsvlakheid gebaseerd. Met grote regelmaat worden deze vier schadevormen gemonitord. De resultaten daarvan worden getoetst aan de interventienormen."
Strenge winter
Het beste moment om een wegdek te vervangen hangt volgens Rijkswaterstaat van meerdere factoren af. De toestand van de weg speelt een rol, maar ook de kosten en de verkeersveiligheid. "Het te vroeg uitvoeren van onderhoud levert onnodige kosten op. Bij het te laat uitvoeren van onderhoud komt de functionaliteit in gevaar of kan grote schade aan de constructie ontstaan." Vorstschade aan zoab helemaal voorkomen is volgens de Graaf geen optie. "De kosten voor reparatie staan namelijk niet in verhouding tot het structureel eerder vervangen van zoab, en de extra verkeershinder die dat oplevert." Rijkswaterstaat gaat er in haar berekeningen vanuit dat een strenge winter, maar één keer in de tien jaar voorkomt.



