Nieuwe Wro levert weinig tijdwinst op
HEERENVEEN - De veranderingen in de Wet ruimelijke ordening (Wro) die in 2008 zijn doorgevoerd leiden niet tot de gewenste versnelling.
Datconcludeert Adviesbureau Oranjewoud op basis van een jaarlijks onderzoek dat onder honderd gemeentelijke beleidsmedewerkers van de afdelingen Ruimtelijke Ordening is gehouden. "De meningen zijn heel divers. De meeste ambtenaren geven aan dat de procedures wel sneller zijn, maar menen daarbij meer tijd kwijt te zijn in het voortraject. Per saldo betekent het dat ro-procedures niet veel sneller verlopen", licht projectleider Edwin Oude Weernink toe. Eén van de "opvallendste conclusies" is het oordeel van gemeenten over de overzichtelijkheid van de Wro. Vond in 2008 nog 35 procent van de ondervraagden de nieuwe wet overzichtelijker, in 2009 daalde dat percentage naar 19 procent. Verder geven veel gemeenten aan dat ze het instrument van de oude Artikel 19 Wro missen. Daarmee kon redelijk eenvoudig worden afgeweken van het bestemmingsplan. Het projectbesluit dat daarvoor in de plaats kwam, zien zij niet als een gelijkwaardig alternatief. Oude Weernink: "Dat komt omdat een projectbesluit binnen een jaar in het bestemmingsplan moet zijn opgenomen. Veel gemeenten ervaren dat als dubbel werk."
Achterstand
Uit het onderzoek blijkt verder dat gemeenten een grote achterstand hebben met de vaststelling van hun structuurvisies. Een derde heeft haar bestemmingsplannenbestand niet op orde. In vergelijking met 2008 (53 procent) is dit aantal wel verminderd. Ook is er volgens Oranjewoud sprake van een structureel capaciteitstekort om zelf bestemmingsplannen op te stellen. Slechts een tiende van de gemeenten doet dat.


