Reuzenföhn tegen hardnekkig ijs
PUTTEN - Met een straalmotor op een bestelwagen maakt Liberty Gasturbine Nederlandse wegen ijsvrij. Waar sneeuwschuiver en strooizout het laten afweten, komen de uitlaatgassen met een temperatuur van 550 graden Celsius goed van pas.
Heijmans zette de reusachtige föhn in op de A58 bij Etten-Leur. Daar vonden binnen een paar uur tijd zes ongevallen plaats. Boosdoener was een strook van een meter aan de linkerkant van de linkerrijstrook waar zich een 2 centimeter dikke laag ijs had opgehoopt. De sneeuwschuiver stuiterde af op het bevroren water en omdat de strook weinig werd bereden, sorteerde strooizout ook geen effect. Liberty Gasturbine ontwikkelde de föhn vijf jaar terug om taxibanen en vliegtuigopstelplaatsen op Schiphol snel ijsvrij te maken. Het bedrijf gebruikte daarvoor een gereviseerde straalmotor uit de luchtvaart. Door inzet van een slimme besturingseenheid en aanpassingen van de motor wist het de temperaturen van de uitlaatgassen met zo'n 150 graden op te schroeven en tegelijkertijd de stuwkracht terug te brengen. Het is immers niet de bedoeling dat het voertuig met de SurfaceJet er met hoge snelheid vandoor gaat.
Hechtlagen
Vanaf Schiphol waaierden de toepassingen snel uit naar de wegenbouw. Dura Vermeer gebruikte het principe om een nieuw asfalttype aan te brengen, BAM zette het in voor hechtlagen op natte kunstwerken. Voordeel van hete lucht is volgens directeur Michel Kooij van Liberty Gasturbines dat bitumen minder snel wordt aangetast dan bij systemen met een vlam. De SurfaceJet is uitgerust met sensoren die de temperatuur van het asfalt in de gaten houden en op tijd waarschuwen. Op de A58 werd de föhn voor het eerst ingezet voor bestrijding van sneeuwoverlast op wegen. Kooij verwacht dat aannemers komende weken vaker een beroep op hem zullen doen. De vorst houdt immers aan. De ultieme oplossing voor het bereidbaar houden van wegen is het echter niet. Even de snelweg tussen Zwolle en Assen ijsvrij maken is er niet bij. Er is enorm veel energie nodig om ijs te laten smelten. Voor het 5 kilometer lange tracé bij Etten-Leur had het bedrijf vier uur nodig. Als er een zuigwagen achter de fohn aan was gereden was het volgens Kooij waarschijnlijk wat sneller gegaan, maar die was zo snel niet beschikbaar. Nu moesten zijn bedrijf en Heijmans drie keer over elke plek heen om het dooiwater compleet te laten verdampen, zodat het niet iets verderop opnieuw zou bevriezen.


