Werkgeversvereniging waterbouwers moet cao ondertekenen
GOUDA - De kantonrechter in Gouda heeft FNV Waterbouw in het gelijk gesteld in een conflict met de Vereniging van Waterbouwers in Bagger- Kust- en Oeverwerken (VBKO).
Deze werkgeversorganisatie moet eerder de in principe overeengekomen cao
2008-2010 ondertekenen.
De FNV-bond sleepte de VBKO voor de rechter om dit af te dwingen. De anderhalf
jaar geleden samen met de werkgevers opgestelde CAO kon tot nu toe niet van
kracht worden omdat de werkgevers weigerden er hun definitieve handtekening
onder te zetten. Zij wilden terug komen op de regeling voor internationale
bemanningen.
De vakbonden willen dat de Nederlandse cao geldt voor alle werknemers op
sleephopperzuigers die binnen de Nederlandse territoriale wateren aan het werk
zijn. Volgens Van Oord en Boskalis zou dit onwerkbaar zijn omdat de hoppers met
hun bemanning van land tot land gaan en de bemanning dan onder verschillende
regelingen zou komen te vallen.
FNV Waterbouw stelt tevreden vast dat met de uitspraak van de rechtbank
concurrentievervalsing is afgewend ten opzichte van de baggerbedrijven die wel
al hun personeel volgens de Nederlandse normen betalen. “De grote baggeraars Van
Oord en Boskalis konden goedkoper offreren doordat zij buitenlandse werknemers
een lager loon betalen.”
De rechtbank spreekt geen oordeel uit over de baggermarkt maar concentreert zich
op de tekst van het begin 2008 afgesloten Principeakkoord 2008-2010. Hieruit zou
niet blijken dat partijen een wijziging van de werkingssfeer van de cao zijn
overeengekomen of dat ten aanzien daarvan enig voorbehoud is gemaakt. Evenmin
zou dat blijken uit de (gedetailleerde) notulen van het overleg dat tot de
nieuwe afspraken heeft geleid.
Sectorbestuurder Hans Crombeen van FNV Waterbouw noemt de uitspraak “een mooie
afsluiting van 2009”. Van de werkgevers is nog niemand bereikbaar voor een
reactie.


